Iedere dag gebeuren er in Nederland verkeersongevallen tussen auto’s, fietsers en voetgangers. Vaak met vervelende gevolgen. Wat veel mensen niet weten, is dat de wet juist voor kwetsbare verkeersdeelnemers extra bescherming biedt. Die bescherming is al bijna een eeuw oud, maar nog altijd van groot belang. Artikel 185 van de Wegenverkeerswet (WVW) bepaalt dat de automobilist in principe aansprakelijk is voor schade aan fietsers en voetgangers – juist omdat zij in het verkeer zo kwetsbaar zijn.
In deze blog leggen wij u uit wat artikel 185 WVW inhoudt, waarom het bestaat en wat het betekent als u betrokken raakt bij een verkeersongeval.
Waarom artikel 185 WVW bestaat
Artikel 185 WVW is bedoeld om zwakkere verkeersdeelnemers, zoals voetgangers en fietsers, te beschermen tegen de gevaren van gemotoriseerd verkeer. Waar een automobilist veilig in een metalen constructie zit, is een fietser of voetganger volledig onbeschermd. De wet gaat uit van een eenvoudig principe: wie met een motorvoertuig aan het verkeer deelneemt, brengt een groter risico met zich mee en moet dat risico ook dragen. Dat idee vormt de kern van artikel 185 WVW.
De regeling bestaat al sinds 1935 en is sindsdien nauwelijks gewijzigd, al is het verkeer wél flink veranderd. Met meer auto’s, e-bikes en drukke wegen is de bescherming van kwetsbare verkeersdeelnemers belangrijker dan ooit.
Wat bepaalt artikel 185 WVW?
De kern van het artikel is helder: de eigenaar of houder van een motorrijtuig is verplicht de schade te vergoeden die ontstaat bij een verkeersongeval met een fietser of voetganger, tenzij er sprake is van overmacht. Dat betekent dat de automobilist in principe aansprakelijk is, zelfs als de fietser of voetganger deels zelf een fout heeft gemaakt. Voor slachtoffers biedt dat belangrijke zekerheid: zij blijven niet met de schade zitten, alleen omdat ze misschien niet alles goed deden.
Wanneer is artikel 185 WVW van toepassing?
Om van deze bescherming gebruik te kunnen maken, gelden enkele voorwaarden:
- Er moet sprake zijn van een motorrijtuig dat op de openbare weg rijdt. Ook particuliere terreinen tellen mee als ze feitelijk toegankelijk zijn voor verkeer, zoals parkeerplaatsen of bedrijventerreinen.
- Het voertuig moet daadwerkelijk in beweging zijn. Een stilstaande of geparkeerde auto valt in principe niet onder artikel 185 WVW.
- De schade moet zijn toegebracht aan personen of zaken die niet door dat voertuig worden vervoerd. Passagiers in de auto vallen dus niet onder deze regeling, maar voetgangers en fietsers wél.
- Er moet een verband zijn tussen het motorrijtuig en de schade. Een aanrijding is niet altijd nodig. Ook een schrikreactie of uitwijkmanoeuvre door een passerende auto kan onder artikel 185 WVW vallen.
Overmacht: de uitzondering die zelden geldt
Een automobilist kan alleen onder aansprakelijkheid uitkomen als er sprake is van overmacht. Daarvan is pas sprake als de bestuurder werkelijk niets te verwijten valt en het ongeval zelfs bij volledig oplettend gedrag niet te voorkomen was. In de praktijk komt dit nauwelijks voor.
De 50%- en 100%-regel
De rechtspraak heeft de bescherming van artikel 185 WVW verder uitgewerkt met twee belangrijke regels:
- De 50%-regel: Als een fietser of voetganger van 14 jaar of ouder zelf (deels) schuld heeft aan het ongeval, moet de automobilist minimaal 50% van de schade vergoeden.
- De 100%-regel: Is het slachtoffer jonger dan 14 jaar, dan wordt de schade altijd volledig vergoed, ook als het kind zelf een verkeersfout heeft gemaakt.
Deze regels zorgen ervoor dat de meest kwetsbare verkeersdeelnemers nooit volledig opdraaien voor de gevolgen van een ongeluk.
Bewijslast en de omkeringsregel
In beginsel moet het slachtoffer aannemelijk maken dat er een verkeersongeval heeft plaatsgevonden en dat er een oorzakelijk verband bestaat tussen het ongeval en de schade. Dat volgt uit artikel 150 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Omdat dit in de praktijk moeilijk is, heeft de Hoge Raad de omkeringsregel ontwikkeld. Dankzij deze regel hoeft het slachtoffer niet meer zelf te bewijzen dat de fout van de automobilist het ongeval heeft veroorzaakt. Als vaststaat dat de automobilist een verkeersregel heeft overtreden – bijvoorbeeld te hard heeft gereden of te weinig afstand heeft gehouden – gaat de rechter ervan uit dat die fout de oorzaak van het ongeval was. Alleen als de automobilist kan aantonen dat het ongeluk ook zou zijn gebeurd als hij géén fout had gemaakt, vervalt dat vermoeden. De omkeringsregel helpt slachtoffers dus om hun recht te halen, zonder te verdwalen in ingewikkelde bewijsdiscussies.
Waarom artikel 185 WVW nog altijd belangrijk is
Het verkeer verandert snel. Met de opkomst van elektrische fietsen, steps en scooters neemt het aantal ongevallen toe , vooral met kwetsbare weggebruikers. Artikel 185 WVW blijft daarom een essentieel vangnet: het zorgt ervoor dat slachtoffers niet in de kou blijven staan en dat bestuurders hun verantwoordelijkheid nemen.
Loyaal Letselschade helpt u verder
Een verkeersongeval heeft vaak meer gevolgen dan men denkt. Naast lichamelijke klachten is er vaak onzekerheid, stress en financiële druk. Bij Loyaal Letselschade staan wij aan uw zijde. Wij regelen de aansprakelijkheid, nemen het contact met de verzekeraar over en zorgen dat u krijgt waar u recht op heeft.
Onze hulp is vrijwel in alle gevallen kosteloos: de verzekeraar van de tegenpartij vergoedt onze kosten. U ontvangt dus 100% van uw schadevergoeding, zonder zorgen en zonder risico.
Heeft u letsel opgelopen als fietser of voetganger? Neem gerust contact met ons op voor een vrijblijvende beoordeling van uw situatie. Samen zorgen we voor erkenning en duidelijkheid.
Wij staan voor jou klaar.
Altijd kosteloos
Gratis rechtshulp
Voor alle soorten letselschade
Deskundig & ervaren
Direct advies inwinnen



